Aviv Quartet

Dinsdag 20 september 2016

PIANODUO SILVER-GARBURG

Silver-Garburg: ongehoord organisch pianoduo in topvorm

Het gebeurt geregeld: twee bekende pianisten die besluiten om eens samen een concert voor twee piano’s en/of quatre mains te geven. Het kan tot successen leiden, maar al te vaak hoor je twee solisten die vechten om voorrang en elkaar eerder in de weg zitten dan een synthese creëren. De pianoduo-kunst moet dan ook als een vak apart worden gezien, wat de reden is dat sommige pianisten zich uitsluitend toeleggen op het duospel. Superspecialisatie in de piano-wereld, zou je kunnen zeggen. In Nederland was het pianoduo-genre lang een ondergeschoven kindje, maar inmiddels is het onmiskenbaar aan een opmars bezig. Hoewel de conservatoria nog steeds geen pianoduo-hoofdvak doceren mogen nationale exponenten als het Scholtes-Janssens pianoduo, de broers Jussen, Sandra en Jeroen van Veen en (al langere tijd) Wyneke Jordans en Leo van Doeselaar als pleitbezorgers van het genre gelden. Sinds 2013 heeft ons land zelfs een eigen pianoduo-festival dat ook dit jaar weer in Amsterdam wordt gehouden.

De stijgende populariteit van het pianoduospel is ook de Souvenir des Montagnards-serie niet ontgaan. In het concertseizoen 2014-2015 mocht het Turkse pianoduo Dördüncü al de aftrap van het seizoen verzorgen. De internationale top van het genre moet nog steeds buiten de landsgrenzen gezocht worden, zo blijkt ook weer bij dit openingsconcert dat wordt gegeven door het uit Israël afkomstige pianoduo Silver-Garburg. Sivan Silver en Gil Gaburg, niet alleen aan de piano maar ook in de echt verenigd, hebben al een duizelingwekkende staat van dienst met concerten over de hele wereld. Nu is dan eindelijk Tilburg aan de beurt!

In de plezierige en nauwkeurige inleiding vertelt Gil Garburg iets over de stukken voor de pauze. Zo heeft hij het kwintet van Wagner uit de ‘Meistersinger’ eigenhandig gearrangeerd om diens muziek vaker op de podia te kunnen laten klinken: in zijn thuisland hoor je Wagner immers nog steeds nauwelijks. De bewerking van Saint-Saëns voor twee piano’s van de beruchte Pianosonate in b mineur van Liszt (oorspronkelijk uiteraard voor piano solo) is volgens hem uitermate geslaagd doordat Saint-Saëns eigenlijk ‘niet veel doet’: geen overbodige noten die het werk in een bombastische disbalans laten verzanden. Een gevaar dat snel op de loer had gelegen, zeker in de huidige concertpraktijk met het geweld dat een tweetal moderne concertvleugels teweeg kunnen brengen.

Het zijn inderdaad de twee concertvleugels in de Concertzaal die verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor de enige kritische noot bij de smetteloze en doorvoelde uitvoering van het kwintet: de ene Steinway zorgt voor een iets minder kneedbare en kleurrijke toon dan de andere en is bovendien dynamisch iets ondergeschikt. Daar staat tegenover dat het pianoduo desondanks volmaakt in staat blijkt de instrumenten te smeden tot een gebalanceerd geheel.

Na het korte kwintet volgt de Liszt-sonate, die ik naar ik toegeef nog nooit in deze bewerking heb gehoord. Gil Garburg blijkt volkomen gelijk te hebben: de bewerking is uiterst gelukkig en zorgt voor een effectieve verdeling van de stemmen over de twee pianisten, met alleen daar waar nodig een incidentele oktavering die in de tekst van Liszt niet terug te vinden is. Maar wat werkelijk het meest indruk maakt is de interpretatie die Silver en Garburg van het hondsmoeilijke stuk weten te geven: elke maat is zo intens muzikaal, goed getimed en onberispelijk in balans dat het lijkt alsof één organisme de twee instrumenten tegelijkertijd bespeelt. Het gevaar bij pianoduospel is dat voor het bereiken van het perfecte samenspel vaak zulke minutieuze afspraken nodig zijn dat de muziek ‘voorgeprogrammeerd’ klinkt. Immers: een creatieve ingeving of spontane afwijking op het concert zelf kan zo maar voor een ongelijkheid zorgen als de andere partij daar op dat moment van gespeend blijft. Silver en Gaburg lijken echter een zesde zintuig te hebben voor elkaars innerlijke ingevingen: de interpretatie van de sonate klinkt volkomen organisch en natuurlijk terwijl tegelijkertijd steeds naadloos op elkaar aan wordt gesloten.

Na de pauze volgt de overbekende maar daarom niet minder geliefde Fantasie in f mineur van Schubert. Sivan spoedt zich gelukkig naar de mooiste vleugel terwijl Gil wederom een inleiding over de stukken na de pauze geeft, waarbij hij vooral ingaat op de Große Fuge van Beethoven die de twee pianisten kennelijk al wekenlang hoofdbrekens heeft bezorgd. De versie voor strijkkwartet is al onspeelbaar, maar de eveneens van Beethoven afkomstige bewerking voor quatre mains is dat evenzeer, zo verzekert Gil Garburg ons. De Schubert-fantasie blijkt in elk geval probleemloos speelbaar voor het duo. De wederom gepolijste uitvoering ademt mooi en verklankt gedoseerd de weelde aan thema’s waar het stuk bol van staat. Daarbij had het met name Sivan Silver wat mij betreft niet misstaan een groter dynamisch bereik te hanteren: sommige discanten misten kern. Het gebrek aan grotere gebaren van pathos en contrast die de interpretatie kenmerkte kan ingegeven zijn door de wellicht door het duo gehuldigde opvatting dat Schubert – ook late Schubert – eerder beschouwd moet worden als een romantische classicus dan als een klassieke romanticus.

Wanneer Gil en Sivan zich opmaken voor de maniakale uitputtingsslag die de Große Fuge heet wordt voor het eerst bladmuziek op de lessenaar gezet, wat het publiek meteen even bewust maakt van het feit dat het duo tot nu toe elk stuk uit het hoofd heeft gebracht. Al snel blijkt het boek er echter min of meer pro forma te staan: de ene na de andere technische moeilijkheid, waaronder enorme sprongen en constant onhandig met elkaar verstrengeld rakende handen, voorkomt dat de musici meer dan een paar seconden de tijd hebben om acht te slaan op de genoteerde notenbrij die ze voor zich hebben staan. Niet alleen blijkt ook de Große Fuge speelbaar voor het duo, ze weten zelfs dezelfde ronde en gebalanceerde kwaliteit aan dit stuk te geven die ook hun andere uitvoeringen kenmerkt. Een topprestatie.

Tot besluit lichtere kost, waarbij de tweede vleugel weer ingeschakeld wordt: de bekende Introductie en Rondo capriccioso van Saint-Saëns. Oorspronkelijk voor viool en orkest, wat natuurlijk een groot kleurenpalet meebrengt. De versie van twee piano’s is van de hand van Debussy en het blijkt dat in klank en kleur nauwelijks ingeboet wordt. Dat is echter geheel op het conto van Silver-Garburg te schrijven, die de solistische partij (Gil) en de begeleidende orkestpartij (Sivan) zo goed tot elkaar weten te verhouden dat er een orkestje in de vleugels lijkt te schuilen.

Het omvangrijke programma staat er niet aan in de weg dat het publiek na het slotakkoord met man en macht een toegift aan het duo probeert te ontlokken, welk verzoek Silver-Garburg graag blijkt te honoreren. Van de Cubaan Ernesto Lecuona klinkt de sprankelende Malagueña voor quatre mains. Alsof dat nog niet genoeg is besluit het duo het concert met een hoogst virtuoze uitvoering van de Danse Russe uit Petrushka van Stravinsky. Silver-Garburg: een pianoduo in topvorm.

Wouter Smits